Doel van de pilot voor de gemeente Almelo is om debruikbaarheid van de ladder te toetsen bij integrale dienstverlening en deleerervaringen in de toekomst te gebruiken.
In de pilot is een groep van 17 klanten geselecteerd die gebruikmaakt van minimaal twee van de drie regelingen van het participatiebudget. Deklanten zijn vanuit de verschillende regelingen ingedeeld op departicipatieladder. De uitvoerders hebben dit gedaan op basis van informatieuit het dossier van de klant. Door verschillende uitvoerders één klant te lateninvoeren op de ladder zou duidelijk moeten worden of de verschillendeperspectieven op de klant ook leiden tot andere indelingen op de ladder. Intotaal hebben zes uitvoerders de cliënten op de ladder geplaatst, waarvan éénmedewerker van het ROC.
De deelnemers aan de pilot zijn over het algemeen positiefover de participatieladder. Alle klanten zijn goed te plaatsen op de ladder.Als positief punt van de participatieladder wordt zijn eenvoud genoemd.Uitvoerders hebben er welbehoefte aan om meer informatie over bijvoorbeeldgroeipotentieel of instrumenten aan de ladder te koppelen. Door verschillendeuitvoerders is dezelfde klant op een andere trede geplaatst. De oorzaak hiervanis dat uitvoerders de ladder op basis van de informatie uit het eigen dossierhebben ingevuld. De medewerkers van de verschillende beleidsterreinenbeschikken daarbij niet over dezelfde informatie.
De ladder wordt gekoppeld aan de digitale sociale kaart. Inde digitale sociale kaart wordt in kaart gebracht op welke gebiedenklantenbeperkingen hebben en welke instrumenten ingezet kunnen worden. In de digitalesociale kaart worden klanten vanuit de drie regelingen opgenomen(educatie,inburgering, re-integratie). De digitale sociale kaart, met daarin departicipatieladder zal daarmee een bijdrage leveren aan de integraledienstverlening op deze drie beleidsterreinen.