De doelstellingen van de Amsterdamse pilot zijn:
De gemeente Amsterdam heeft in het kader van de pilot op basis van gegevens in bestaande systemen 3000 klanten ingedeeld op de Participatieladder en dit vergeleken met de Amsterdamse re-integratieladder.Hierbij is gekeken naar de relatie tussen de treden van de ladders en de volgende variabelen: dagelijkse zelfredzaamheid, belemmeringen algemeen, competenties, social skills, network supporten re-integreerbaarheid.
Klanten op een hogere trede van de Amsterdamse ladder hebben een grotere zelfredzaamheid en re-integreerbaarheid en meer competenties, social skills en network support en minder belemmeringen. Deze relaties zijn statistisch significant. Deze relaties zijn in deze pilot ook gevonden voor de Participatieladder. De relaties zijn alleen minder sterk en niet significant. Amsterdam concludeert op basis van deze uitkomsten dat de twee ladders andere functies vervullen en elkaar goed aanvullen. Het is daarom van belang om de verschillen tussen de twee ladders te benadrukken.
Verder blijkt uit de Amsterdamse pilot dat de uitvraag vanuit de nieuwe klantvolgmodule van Wigo4it voor een groot deel tegemoetkomt aan de informatiebehoefte voor de Participatieladder. Er is echter nog een aantal extra vragen nodig voor een goede toedeling van klanten, met name op de onderste treden van de Participatieladder.
Amsterdam zal blijven investeren in de doorontwikkeling van diagnosestelling en Instrumentenkiezer van de re-integratieladder. Hierbij wordt met name gericht op het inzicht in en versterken van de effectiviteit van re-integratie.Daarnaast zullen klanten op basis van de beschikbare gegevens tevens op de Participatieladder worden ingedeeld.